sidebar-links-title

donderdag 1 oktober 2009

Eerste bericht uit de jungle

Speciaal naar het stadje gereden (bijna 20 km) om te internetten, want ik kan me goed voorstellen dat je onze eerste indrukken wilt hebben. We hebben de eerste dagen goed weer gehad, maar gisteren en vandaag komt er een depressie langs, dus vrijwel continue regen, vaak als tropische slagregen. Jeremy en Eulalaia hebben nog niet op licht verzameld, eerst omdat de vergunning nog niet binnen was, toen omdat de directeur nog geen toestemming had gegeven en er geen auto beschikbaar was en daarna de regen. Rob en ik hebben nu 30 vallen staan, waarvan gisteren de laatste 10 in de stromende regen opgezet zijn. Ben benieuwd wat er in gaat komen! Ik zal wat foto's proberen op te sturen, maar ik doe het wel apart om de kans groter te maken dat je dit ontvangt. Het bos is redelijk goed als je de geasfalteerde weg ca. 10 km afrijdt en dan een half uur (of 2 uur in de andere richting) loopt. Je komt niet hoger dan ca. 300 m. Je mag niet in het bos kamperen (grensgebied!) en moet je altijd iemand van het park meenemen (ook voor de auto!). In het begin zijn er (te) veel buffels en koeien in het park, dus veel bloedzuigers. We zitten in een goed 2 sterrenhotel + restaurant vlakbij de ingang. Er is nu in 2 dagen ca. 150 mm gevallen, dus er is nogal wat overstroomt. Verder alles goed.

Met hartelijk groet van de Vietnamgroep,
Kees

Jan van Tol

Libellen
Gedurende korte tijd zal Jan van Tol (adjunct directeur onderzoek) zich bij de expeditie voegen om aan libellen te werken, die een goede indicatie geven van de (water)kwaliteit van een gebied.

http://science.naturalis.nl/tol

Eulàlia Gassó Miracle


Gouden torren
De gouden torren, ook fruit- of rozenkevers genoemd, zijn kevers die behoren tot de Cetoniinae, en groep binnen de bladsprietkevers. Het zijn prachtige, kleurrijke en redelijk grote kevers. Ze zijn ook zeer geliefd door terrarium houders en commerciële verzamelaars vanwege de spectaculaire vormen en kleuren van de soorten. De gouden torren komen ook in Europa voor, maar het is in de tropen waar de diversiteit van deze soorten het hoogst is. Desondanks dit, het is zeer weinig bekend over hun biologie en diversiteit. Er zijn meer dan 3600 soorten gouden torren, maar alleen van 61 soorten is de larve bekend. Er worden jaarlijks nieuwe soorten uit de tropen beschreven. Van de meeste soorten is niet veel van bekend, behalve waar ze kunnen voorkomen. Op welke planten ze voer zoeken, hun levenscyclus en levenswijze en of ze nog veel of weinig in het wild voorkomen is vaak nog een raadsel.
Om cetoniden te kunnen bestuderen moeten we ze eerst weten te vinden en vangen. Juist omdat er zo weinig bekend is van wat ze eten en waar en wanneer de volwassenen te vinden zijn, is het vangen van deze kevers bijzonder moeilijk. We lokken de torren met rijpe fruit in vallen, geplaatst hoog in de bomen, en we zoeken ze op bloemen en struiken. De larven leven graven zich in de grond, om ze te vinden moeten we ook geluk en geduld hebben. Sommige kevers vallen in de Malaise vallen (gebruikt voornamelijk door de wespen specialist) en andere worden met lichtvallen gevangen. Door allerlei gegevens te verzamelen hopen we een bijdrage kunnen leveren aan de kennis over de Vietnamese gouden torren. We zijn ook op zoek naar andere soorten tropische kevers, omdat de keverfauna van Vietnam is tot nu toe weinig onderzocht. Keverspecialisten wereldwijd zullen ons helpen om de verzamelde kevers te bestuderen, determineren en als het om nieuwe soorten gaat, ook om ze te beschrijven. Deze kennis is fundamenteel om de keverdiversiteit te kennen en te beschermen.
http://science.naturalis.nl/collections/people/cv/gasso-miracle



Jeremy Miller

Spinnen
Jeremy gaat samen met counterpart Pham Dinh Sac alle mogelijke groepen spinnen verzamelen, om de biodiversiteit en de mate van and endemisme van de spinnen in drie parken te kunnen benaderen: Vu Quang, Cuc Phuong, and Cat Ba. We gebruiken verschillende verzamelmethoden, volgens een gesctructureerd protocol. Op deze manier zijn inventarisaties van verschillende plaatsen makkelijker te vergelijken. We zoeken bijv. de spinnen in uurblokken gedurende dag en nacht in de grond op hogere vegetatielagen. Andere methoden omvatten o.a. gebruik van klopschermen en zgn. Winkler extractoren voor kleine arthropoden uit bladstrooisel. Alle volwassen spinnen die zo worden aangetroffen zullen verzameld worden. In het lab worden deze gesorteerd tot morfospecies. We verwachten dat de meeste aangetroffen soorten onbeschreven zijn. Door digitale fotografie maken we het mogelijk om de morfospecies die op meer plekken voorkomen te herkennen. Deze foto’s en de gegevens van de verzamelde exemplaren (bijv. aantale exemplaren, verzameplaats, datum) worden online gezet.
Met kwantitatieve biodiversiteits indexen wordt de volledigheid van de inventarisatie op elke plek ingeschat en de zgn. Chao-Sorensen index wordt gebruikt om de overeenkomst tussen de spinnenfauna’s van de plaatsen te bepalen. De resultaten worden vergeleken met recent vergelijkbare studies in het gebied, met name Thailand (http://aracnologia.macn.gov.ar/ThaiPlot/Taxonomy/index.htm ) en Yunnan in China. op deze wijze hopen we dat er spoedig een beeld ontstaat van de status van de spinnen diversiteit in Zuidoost Azië.

http://science.naturalis.nl/miller













Erik van Nieukerken

Rupsen en nachtvlinderfauna
Erik voert samen met gastmedewerker Camiel Doorenweerd twee projecten uit:in de eerste plaats zoeken we overdag naar rupsen van minerende vlinders, vooral Nepticulidae. Deze maken mijngangen in bladeren, die vaak karakteristiek voor de soort zijn. De fauna van Vietnam is nog zeer slecht bekend, op eerdere expedities werden zo’n 40 soorten verzameld, op twee na nieuwe soorten voor de wetenschap (zie voor één eerder beschreven soort uit Vietnam: http://www.repository.naturalis.nl/document/93755 .
We hopen vooral veel gegevens te krijgen om de evolutie van deze insecten met hun voedselplanten te kunnen verklaren. Counterpart Dzuong Duc Huyen zal met ons samenwerken om de planten te kunnen determineren.Daarnaast inventariseren we de complete nachtvlinderfauna met behulp van vanglampen, met het doel om de biodiversiteit van de parken te kennen inschatten. We gebruiken hierbij vergelijkbare methodes als die Jeremy Miller beschrijft.

http://science.naturalis.nl/nieukerken



Kees van Achterberg

Schildwespen
Van Achterberg is specialist van schildwespen (Braconidae) en enkele andere groepen met parasitaire levenswijze. Schildwespen zijn wereldwijd zeer divers, omdat de meeste soorten specifiek in of op één of enkele gastheersoorten voorkomen. De meeste voorzichtige schattingen komen uit op ca 50.000 soorten, waarvan er ruim een derde beschreven zijn. Voor Braconidae onder 4 mm schat hij dat 85% van de soorten nog onbeschreven is, dit geldt ook voor tientallen andere families. Van Achterberg heeft al honderden soorten nieuw voor de wetenschap beschreven en ook enkele nieuwe genera (geslachten) uit Vietnam. Om deze te vangen plaatsen Kees van Achterberg en Rob de Vries tot wel 35 tentvallen in één of meer transecten en laten deze minimaal een week werken. Dat levert per val duizenden insecten op, die dan handmatig gesorteerd moeten worden.

http://science.naturalis.nl/achterberg

Expeditie Vietnam 2009









Naturalis Expeditie Vietnam 2009
Op 16 september 2009 begint de zesde Vietnam expeditie van Naturalis. Vietnam is een van de biodiversiteits hotspots van de wereld. Net als de andere Zuid-Oost Aziatische landen heeft Vietnam zeer rijke tropische regenwouden en moessonbossen. Na twee expedities in het zuiden, worden nu weer parken in Noord en Midden Vietnam bezocht, met na
me in het laagland. Naturalis onderzoekers gaan proberen de rijkdom van bepaalde groepen insecten en spinachtigen (vlinders, kevers, sluipwespen, libellen en spinnen) te bepalen in een vijftal natuurparken met grotendeels oorspronkelijk bos op kalksteen.


De insecten- en spinnenfauna van Vietnam blijkt bijzonder rijk te zijn aan unieke soorten, die voor een belangrijk deel nog onbeschreven zijn. Gedurende september-oktober 2009 gaan zeven entomologen van Naturalis op expeditie naar enkele nationale parken in Vietnam. Van veel parken is de insecten- en spinnenfauna (behalve de dagvlinders) grotendeels onbekend. In 2007 werd een aantal parken in Zuid Vietnam bezocht, nu zijn enkele gebieden met steile kalksteen hellingen in Noord Vietnam aan de beurt. Sommige vertonen karstverschijnselen (dus veel grotten en ondergrondse rivieren) door het gedeeltelijk oplossen van de kalksteen door het water. Ook deze keer verwachten we wij weer tientallen soorten te vinden die nieuw voor de wetenschap zijn. Bij de groepen die we onderzoeken is het eerder een uitzondering om een al bekende soort te vinden dan een nog onbeschreven soort, vooral bij de zeer kleine dieren.

De bijzondere rijkdom aan insecten in Vietnam sluit aan bij de al breder bekende diversiteit aan vogels en zoogdieren. Met name in het grensgebied met Laos en China, en in enkele geïsoleerde berggebieden, leeft een groot aantal zeldzame soorten die nergens anders voorkomen. Deze endemen komen vooral voor op plaatsen die sterk zijn geïsoleerd, of worden gekenmerkt door een afwijkend klimaat of andere bodemsoort. Door het onderzoek van de laatste jaren is inmiddels wel duidelijk geworden dat veel van de oorspronkelijke fauna van berggebieden zich heeft kunnen handhaven ondanks de oorlogen. De laaglandfauna is veel sterker bedreigd dan de hoogland fauna. Een groot deel van het vlakke gedeelte van Vietnam wordt steeds intensiever in cultuur gebracht in een land dat zich economisch stormachtig ontwikkelt.

Naturalis werkt samen met het Vietnamese Institute of Ecology and Biological Resources (IEBR), de counterpart van Naturalis in Vietnam. Het is een onderdeel van de Vietnamese Academie van Wetenschappen. Wij hebben nu 11 jaar samengewerkt met dit instituut tijdens de expedities in Vietnam en enkele medewerkers uit Hanoi hebben enige tijd in Leiden gewerkt.

De gebieden die nu bezochte worden behoren tot het laagland karstgebied in Noord-Vietnam, waarvan de eerste het minst toegankelijke is.

a.
Vu Quang National Park [halverwege Hanoi & Hué; vlakbij Tay Son]. Dit is een groot bosgebied op kalksteen (karst)gebied waar de laatste 20 jaar verschillende nieuwe soorten zoogdieren zijn ontdekt (o.a. een antilopeachtig rund: de Saola of Vu Quang ox; Pseudoryx nghetinhensis en een hert, Giant Muntjak, Muntiacus vuquangensis). Sinds 1986 een bosreservaat en sinds 1998 een nationaal park van 55.000 ha. Het heeft nog dicht regenbos op de steile hellingen, maar er is ook al gekapt. Het gebied staat bekend als ontoegankelijk, zeer nat (mist of regen is normaal) en als gevolg zijn de rotsen met algen begroeid en glad.


b. Pa Co-Hang Kia Nature Reserve [160 km ZW van Hanoi]. Het is een relatief klein bosreservaat van 7.091 ha. Het ligt op hetzelfde kalksteen plateau als het volgende nationale park, Cuc Phuong National Park. Het is een relatief hoge bergrug (tot ruim 1500 m) waarvan het gebied beneden 500 m grotendeels aangetast is en buiten het reservaat valt. Helaas wordt ook het bos in het reservaat sterk aangetast en is onderzoek van de restanten noodzakelijk om te bepalen hoe belangrijk dit gebied is.

c. Cat Ba National Park is een archipel van 366 veelal kleine eilandjes (met één groot hoofdeiland: Cat Ba) 20-50 km uit de kust van de havenstad Hai Phong in de beroemde Halong baai. Het hoofdeiland is 28.500 ha groot. Dankzij de karstverschijnselen zijn er veel eilandjes die steil oprijzen uit de zee en op het hoofdeiland veel grotten en ondergrondse (tijdelijke) rivieren en beken. Het nationale park gaat van zeeniveau tot 331 m hoogte (Mount Cao Vong). Er zijn steile beboste hellingen, kleine zoetwater meren, zoetwater moerassen, mangroves, stranden en koraalriffen. Relatief veel soorten zijn endemisch op het eiland (o.a. 25 plantensoorten uit het Red Data Book of Vietnam). Door de geïsoleerde ligging en de menselijke invloed is de soortenrijkdom wel minder dan in nationale parken op het vasteland.

d. Cuc Phuong National Park is het oudste (1960) en een van de belangrijkste nationale parken (1962) van Noord Vietnam. Het is één van de belangrijkste gebieden voor de biodiversiteit van Noord Vietnam, er komen bv. 97 soorten zoogdieren en 300 soorten vogels voor. Het langwerpige park van 25.000 ha groot bestaat uit steil oprijzende karstbergen, grotten en begroeide valleien. De hoogte varieert van 150 tot 656 m (Mt. May Bac). Er valt ruim 2 m regen per jaar gedurende meer dan 200 dagen, desondanks wordt het park door veel toeristen bezocht.

e. Ba Be National Park een vrij klein (10.000 ha) park om een groot meer (Ba Bê meer van 8 km lang) 240 km ten NW van Hanoi. Het heeft kalksteen hellingen met een dunne humuslaag en laagland regenbos in gebieden met een diepere grondlaag. Het Ba Bê meer is het grootste en het hoogst (ca 150 m) gelegen meer van Vietnam en werkt als buffer tegen overstromingen in het natte seizoen. Ondanks de geringe grootte zijn er 65 zoogdiersoorten en 233 vogelsoorten bekend van het park. In het meer komen 106 soorten vis voor. Alleen de dagvlinders zijn bekend van het park (354 soorten), maar de meerderheid van de insecten en spinnen zijn nog onbekend. Het park werd opgericht in 1992 en sinds 2004 is er een ecologisch onderzoek station.

Wat gaan we onderzoeken?
Een belangrijke vraag voor de bescherming van biodiversiteit is hoe groot het verspreidingsgebied is van de soorten. Aansprekende organismen als vogels en hogere planten, kunnen meestal wel tot de soort gedetermineerd worden, waardoor je soortenlijsten van gebieden direct kunt vergelijken. De grote massa van de biodiversiteit van de wereld vind je echter bij de insecten en spinachtigen,waarvan de meeste onbeschreven zijn, met name in de tropische biodiversiteits hot spots. Om die reden sorteren onderzoekers als ze de biodiversiteit van tropische gebieden willen bepalen, de verzamelde exemplaren tot de zogenaamde morfospecies, een benadering voor de soorten. Iedere herkenbare vorm krijgt een unieke code, of hij nu wel of niet al bekend is. Op deze manier kan de biodiversiteit van een natuurgebied veel sneller worden ingeschat. Determinaties worden dan pas later verricht.

Het hele team probeert per plek zoveel mogelijk soorten insecten of spinnen te verzamelen, om daarmee een schatting te kunnen maken van de biodiversiteit van elke plek en de plekken onderling te kunnen vergelijken. Hiervoor wordt voor iedere diergroep een andere verzamelmethode gebruikt. Zo worden de meeste (nacht)vlinders en kevers gevangen met lampen die sterk UV licht uistralen op een wit laken. Spinnen worden gezeefd uit het strooisel, of ’s avonds wordt met een koplamp gezocht naar actieve spinnen. De sluipwespen (en veel andere insecten) worden verzameld met zogenaamde malaisevallen, een soort tent van gaas, waar de insecten als ze omhooglopen gevangen worden in een pot met conserveringsvloeistof.